Effecten van internet op politieke participatie
Internet and Political Mobilization: The effects of Internet on political participation and political equality
SARA VISSERS
We weten dat het internet een belangrijke impact heeft op de maatschappij, maar minder
duidelijk is de precieze manier waarop het internet onze samenleving beïnvloedt.
Hoewel de impact van het internet nog steeds
omstreden is, zijn beleidsmakers, burgers en wetenschappers ervan overtuigd dat
gelijke toegang tot het internet een belangrijke voorwaarde vormt voor sociale
integratie.
Dit proefschrift richt zich op een specifiek deelaspect van sociale
integratie, met name politieke integratie. Wat zijn de gevolgen van internet
voor de ongelijkheid in politieke participatie? Zal het internet inderdaad
eerder de reeds politiek geïnteresseerden en politiek actieve groepen mobiliseren
of kan dit nieuwe medium er juist voor zorgen dat de traditionele
participatiepatronen doorbroken worden?
Om de verschillende facetten van deze onderzoeksvraag zo goed mogelijk te
onderzoeken wordt in dit proefschrift gebruik gemaakt van secundaire algemene
bevolkingssurveydata (SCV en BYS), lab experimenten, online websurveys,
inhoudsanalyse van partijwebsites en tenslotte interviews met de webmasters en
campagneverantwoordelijken van politieke partijen.
Mobilisatie-effecten zijn verschillend voor lager- en hogeropgeleiden
Een eerste belangrijke conclusie is dat het effect van verschillende
mobilisatie-inspanningen wordt beïnvloed door het opleidingsniveau van de
bereikte groepen. Als we spreken over mobilisatie-effecten is het belangrijk
een onderscheid te maken tussen enerzijds de leereffecten of de opgedane kennis
als gevolg van de mobilisatie, en anderzijds de gevolgen voor participatie
of verandering in gedrag.
De resultaten tonen aan dat onlinemobilisatie de kenniskloof tussen lager- en hogeropgeleide
groepen vergroot. Internetmobilisatie bleek geen efficiënt instrument te zijn
voor het verhogen van kennis bij lageropgeleide jongeren, dit in tegenstelling
tot persoonlijke communicatie. Bij hogeropgeleide jongeren, zien we net het
tegenovergestelde. Voor deze laatste groep zijn de leereffecten juist groter
bij onlinecommunicatie. Als we daarentegen kijken naar de gevolgen van
onlinecommunicatie en -mobilisatie voor effectieve participatie, dan zien we
dat lageropgeleide groepen hun weg naar het Internet hebben gevonden, dat
online- informatie een positieve invloed heeft op de mate van politieke
betrokkenheid en engagement. Zo zien we dat er een positief verband is tussen
lageropgeleiden die online het nieuws volgen en actieve politieke participatie,
terwijl dit niet het geval is voor hogeropgeleide groepen. Voor hogeropgeleide
groepen blijkt deze informatie een veel minder mobiliserend effect te hebben.
Dit zou voor een deel te maken kunnen hebben met het feit dat deze
hogeropgeleide groepen verbonden zijn met of toegang hebben tot een bredere
waaier van politieke middelen en alternatieve mobilisatievormen. Bovendien
tonen de experimenten aan dat mobilisatie van lager- opgeleiden ook effectief
een positief effect heeft op participatie. Onze bevindingen wijzen erop dat
meer aandacht voor deze groep en een betere strategische politieke mobilisering
voor mensen met een lagere socio-economische status zouden moeten leiden tot
meer participatie bij dit segment van de bevolking. In die zin is het belangrijk
dat politieke actoren er zich van bewust zijn dat zij een belangrijke
verantwoordelijkheid dragen in de ontwikkeling van huidige en toekomstige
politieke participatiepatronen. Hierbij is het belangrijk om concrete en lokale
voorbeelden en informatie te gebruiken, aangezien deze groep in het algemeen
beschikt over minder politieke en cognitieve vaardigheden en minder
wetenschappelijke kennis die als achtergrondinformatie kan dienen om de
informatie te verwerken.
Mobilisatie is tool-specifiek
Een tweede belangrijke conclusie die voortkomt uit de experimenten is dat mobilisatie
tool-specifiek is, in de zin dat onlinemobilisatie leidt tot onlineparticipatie
en dat offline- mobilisatie juist eerder offlinevormen van participatie
stimuleert. Met andere woorden, er zijn spill-over effecten terug gevonden van
internetmobilisatie op offlineparticipatie en vice versa. Meer specifiek , uit
de experimenten is gebleken dat persoonlijke face-to-face mobilisatie leidt tot
veranderingen in offlineparticipatiepatronen terwijl onlinemobilisatie juist
leidt tot meer actieve participatie op het internet bij lageropgeleiden
jongeren. Voor lageropgeleiden blijkt dat onlinecommunicatie geen doeltreffend
middel is voor het stimuleren van kennis, maar dit medium blijkt wel een nieuw
efficiënt instrument te zijn voor het stimuleren van actieve participatie op
het Internet.
Volledige tekst van het doctoraat:
https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/266696
